Judo                                                                                                                                                                                                     

   Home      Geschiedenis      Banden      WEDSTRIJDEN
  In wedstrijden worden, naar een idee van de Nederlandse judoka Anton Geesink, ook wel een blauw en een wit judopak gebruikt omdat de scheidsrechter dan tijdens het gevecht beter kan zien welk lichaamsdeel bij welke sporter hoort. Bovendien is het op film en tv allemaal veel duidelijker. Bij kleine wedstrijden wordt een rode en een witte band gebruikt.

Het judoŽn wordt gedaan op een mat. De techniek van het 'breken' (verzachten) van de val, van zowel het eigen lichaam als die van de tegenstander, is een belangrijk onderdeel van judo.

Doel van het spel is om de tegenstander in volle vaart plat op de rug te gooien. Als dit lukt, is het gevecht direct afgelopen. De scheidsrechter geeft hiervoor ippon. Ook een gevecht afmaken met een houdgreep (een controletechniek die je 25 seconden vast moet houden) levert een ippon en je tegenstander zich laten over geven (wat een judoka doet door af te kloppen)d.m.v. een armklem of verwurging levert een ippon op. Omdat dit doel heel moeilijk te verwezenlijken is, zijn er scores voor worpen die niet perfect lukken, of houdgrepen die korter duren dan 25 seconden.

Een worp waarbij Uke (degene die gegooid wordt) op de billen landt, geeft koka voor de werper. Bij een val op de zijkant van het lichaam krijgt de werper yuko en net niet perfect is waza-ari (half punt). Een tweede waza-ari staat gelijk met een ippon (volpunt) en beŽindigt dus ook de wedstrijd. Wanneer binnen een afgesproken tijd (maximaal 5 minuten) geen van beide judoka's een ippon heeft gemaakt, wordt de winnaar bepaald aan de hand van de volgende criteria:

indien een van beide judoka's een waza-ari heeft gemaakt, wint hij de wedstrijd, ongeacht het aantal yuko's en koka's
indien het aantal waza-ari's gelijk is voor beide judoka's, wint de judoka met de meeste yuko's, ongeacht het aantal koka's
indien het aantal waza-ari's en yuko's voor beide judoka's gelijk is, wint de judoka met de meeste koka's
indien het aantal waza-ari's, yuko's en koka's gelijk is, begint de wedstrijd opnieuw. Het scorebord wordt op 0 gezet en de tijd opnieuw ingesteld. Wie het eerste een resultaat maakt wint. Dit noemt men 'golden score'
wanneer het resultaat op het eind van deze golden score partij nog steeds 0-0 is, dan wordt de winnaar aangewezen door de scheidsrechters. De scheidsrechters letten dan op hoeveel elke judoka heeft aangevallen en wie de meeste inzet heeft getoond.
Straffen worden direct omgezet in punten voor de tegenstander. Je krijgt een kleine straf (shido) voor het riskeren van blessures, bij jezelf of bij je tegenstander, voor het verlaten van de gevechtsruimte, anders dan in het ontwijken van een aanval, of voor het 'vergeten' van het doel van het spel (het gooien van je tegenstander). Wie te veel bezig is met het verdedigen op de aanval van de tegenstander en niet probeert te gooien, krijgt een straf. Vier van die straffen leveren diskwalificatie voor die wedstrijd op.

Wie geen respect heeft voor de scheidsrechter of de tegenstander, of een techniek uitvoert waarbij de eigen nek-/ruggenwervels of die van de tegenstander in gevaar komen, krijgt direct han-soku-make (diskwalificatie). Dit is dus het einde van het toernooi voor deze persoon. Han-soku-make komt weinig voor.

Het gevecht vangt staande aan; de tegenstanders grijpen elkaar bij de jas, bij voorkeur een mouw en revers en proberen elkaar op de grond te werpen. De manier waarop de jas vastgepakt wordt, is erg belangrijk voor het gevecht en heel bepalend voor het verloop van de wedstrijd. Om een bepaalde worp perfect te kunnen maken, is een bepaalde 'pakking' nodig. Men vecht voor die pakking en probeert er tegelijk voor te zorgen dat de tegenstander zijn favoriete pakking niet kan maken. Als het goed is, ken je de specialiteit van je tegenstander. Het gevecht begint dus vaak met wat gepluk.

Ook weet je van je tegenstander of je daarmee het grondgevecht wel aan moet gaan. Je weet dus of je een reŽle kans hebt om met een houdgreep, verwurging of armklem te winnen, of dat je meer kans hebt in het staande gevecht. Als je geen zin hebt in een grondgevecht, dan probeer je dit te voorkomen. Andersom zijn er ook technieken om zonder spectaculaire worp een grondgevecht aan te kunnen gaan. Voor publiek is dit gevecht minder spectaculair dan een staande partij en daarom wordt tegenwoordig het grondgevecht door de scheidsrechters veel sneller afgebroken dan een aantal jaar geleden. De meeste partijen worden derhalve staande beslist.

Ieder gevecht wordt beslist. Als de speelduur voorbij en de stand gelijk is, volgt er golden score. Is er na de tijd van de golden score nog geen winnaar, zal de hoofscheidsrechter de winnaar aanwijzen. Bij wedstrijden waar hoekscheidsrechters aanwezig zijn zal er door middel van het opsteken van een gekleurde vlag gestemd worden. En overeenkomstig de meerderheid de winnaar aangewezen worden. Tegenwoordig komen dergelijke situaties niet, of slechts zelden voor.

De sport wordt over de gehele wereld beoefend door jonge en oude judoka's en maakt deel uit van het olympisch programma. De meeste judoka's nemen nooit deel aan officiŽle wedstrijden en maken die alleen onderling tijdens de trainingen.